Contact

CDA Achterhoek: Scholder an scholder voor boeren, platteland en perspectief

Gebiedsaanpak, rechtszekerheid en toekomstperspectief voor onze agrarische ondernemers.

De stikstofbrief van minister Jaimy van Essen heeft de afgelopen weken veel losgemaakt. Nu de plannen steeds verder indalen, worden ook de gevolgen voor agrarische ondernemers in de Achterhoek steeds zichtbaarder.

De gesprekken die wij de afgelopen periode hebben gevoerd laten zien dat er veel vragen leven, maar vooral ook veel onzekerheid bestaat. Onzekerheid over de voorgestelde ammoniaknormen, de norm van 2,6 GVE per hectare, de aangekondigde zoneringen rondom kwetsbare natuurgebieden, vergunningverlening, investeringen en bedrijfsopvolging. Wat betekenen deze plannen straks voor het familiebedrijf en het toekomstperspectief van onze boeren?

Dat zijn vragen die wij serieus nemen.

Juist daarom is binnen het CDA Achterhoek het initiatief genomen om op 4 augustus jl. een bijeenkomst te organiseren met CDA-Tweede Kamerlid en landbouwwoordvoerder Jan Arie Koorevaar. CDA-fractievoorzitters, raadsleden, commissieleden, provinciale statenleden en leden van het CDA Agro-netwerk gingen met elkaar in gesprek over de gevolgen van de plannen voor onze regio. Ook Gelders gedeputeerde Peter Drenth en Ger Koopmans, voorzitter van LTO Nederland, waren daarbij aanwezig.

Wat ons is bijgebleven, is dat boeren niet vragen om stilstand. De afgelopen jaren hebben veel agrarische ondernemers al fors geïnvesteerd in emissiereductie, innovatie, dierenwelzijn, waterkwaliteit en verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Zij willen blijven ondernemen, investeren en verder verduurzamen waar dat kan, zodat hun bedrijf ook voor volgende generaties toekomst heeft. Maar dan moeten zij wel weten waar zij aan toe zijn. Wie investeert op basis van overheidsbeleid moet erop kunnen vertrouwen dat de spelregels niet veranderen en vergunningen niet ingenomen kunnen worden.

Tijdens de bijeenkomst werd tevens uitgebreid gesproken over de stapeling van maatregelen die op bedrijven afkomt. Breed werd gedeeld dat onderdelen van de plannen van minister Van Essen onvoldoende aansluiten bij de praktijk op het erf en of niet tot vergunningen leiden. Met name de uitwerking van de grondgebondenheidsnorm, de koppeling tussen ammoniakemissie en fosfaatrechten en de gevolgen van nieuwe zoneringen rond beekdalen vragen om verduidelijking en aanpassing. De zorg is dat deze stapeling van maatregelen negatief uitpakt voor bedrijven die juist willen investeren in verduurzaming en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Goede doelen alleen zijn niet voldoende; de uitwerking moet ook werkbaar zijn voor de mensen die ermee moeten werken.

Tegelijkertijd hebben we niet alleen gesproken over wat beter moet, maar vooral over wat nodig is om vooruit te komen. De centrale vraag was: wat kunnen wij als regio zelf doen om boeren daadwerkelijk perspectief te bieden?

Geconcludeerd werd dat er een belangrijke verantwoordelijkheid ligt bij onze gemeenten en provincie. Juist daar heeft het CDA de afgelopen jaren meegebouwd aan keuzes op het gebied van landbouw, natuur, water, vergunningverlening en de inrichting van ons buitengebied. Dat heeft geleid tot gebiedsprocessen en gebiedsplannen waarin aantoonbaar resultaten worden geboekt: emissiereductie wordt gerealiseerd, stappen worden gezet richting natuurherstel, samenwerking tussen betrokken partijen groeit en op verschillende plekken ontstaat weer ruimte voor vergunningverlening. Gelderland loopt hiermee voorop ten opzichte van veel andere provincies mede door het werk van het CDA.

Wat ons betreft is dat geen eindpunt, maar juist een fundament om verder op te bouwen. Daarom zetten wij ons in voor een sterke regionale gebiedsaanpak die ook na 2027 wordt voortgezet. Een aanpak waarbij gemeenten, provincie, waterschappen, agrarische ondernemers en andere betrokken partijen gezamenlijk werken aan oplossingen die passen bij de Achterhoek. Lopende gebiedsprocessen moeten niet opnieuw ter discussie worden gesteld, maar juist worden voortgezet, versterkt en waar mogelijk versneld. Alleen door samenwerking, maatwerk en wederzijds vertrouwen ontstaat het perspectief waar ondernemers behoefte aan hebben.

Als CDA-fracties in de Achterhoek blijven wij hierin gezamenlijk optrekken. De uitdagingen voor agrarische ondernemers houden zich immers niet aan gemeentegrenzen. Door ervaringen te delen, van elkaar te leren en samen op te trekken kunnen wij sterker werken aan oplossingen die onze regio vooruithelpen.

Daarnaast blijven wij de signalen, ervaringen en verbetervoorstellen uit de Achterhoek onder de aandacht brengen van de CDA-fractie in de Tweede Kamer en de provincie. Waar plannen onvoldoende aansluiten bij de praktijk op het erf, moeten verbeteringen mogelijk zijn. De kennis en ervaring van onze agrarische ondernemers moet nadrukkelijk worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het beleid.

De boodschap die wij de afgelopen weken hebben gehoord is helder. Boeren willen vooruit. Zij vragen om duidelijkheid, vertrouwen en een overheid die luistert naar wat er speelt in de praktijk. Dat signaal hebben wij gehoord. Daar gaan wij mee aan de slag.

Namens de gezamenlijke CDA-fracties in de Achterhoek,

Sandra Prinsen (Winterswijk) • Biense Klein Braskamp (Berkelland) • Judith Rotink (Oost Gelre) • Raimond Smit (Aalten) • Ruud Gijbels (Oude IJsselstreek) • Monique Bettink-Pierik (Lochem) • Mark Purperhart (Zutphen) • André Evers (Bronckhorst) • Jeroen Berends (Doetinchem)