Zorgen om de zorg?! – Hans te Lindert

“Gemeenteraad zeer kritisch over zorginkoop”

Zo kopte de Aalten Vooruit onlangs. Wat volgde was een verslag van de beeldvormende raadsvergadering van 5 maart j.l. En inderdaad, degene die deze verhandeling gevolgd heeft zal de strekking van deze krantenkop herkennen. Terecht ook, want het is een uitstekende samenvatting van deze avond. En deze strekking klopt ook met hoe de fractie van onze partij in dit vraagstuk staat; kritisch. Da’s een prettige constatering want raadsleden behoren het college kritisch te volgen. Ook als de portefeuillehouder een partijgenoot is. Ondergetekende constateert dan ook met genoegen dat dit binnen ons CDA Aalten-Dinxperlo zo werkt. Ja, we trekken daar waar dat kan samen op maar hebben duidelijk verschillende verantwoordelijkheden. En dat maakt onze partij een partij die heel realistisch in de lokale politiek staat. Realistisch kritisch maar ook realistisch positief. En dat is exact hoe het hoort te zijn. Laat ik deze twee termen ‘kritisch’ en ‘realistisch’ eens loslaten op het thema zorg(inkoop).

In ons land zijn de Jeugdzorg en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) decentraal georganiseerd via de gemeenten (vanaf 2015). Dat betekent dat gemeenten aan de spreekwoordelijk lat staan voor deze zorg. Zowel inhoudelijk (indicerend) als financieel (deze zorg is onderdeel van de gemeentelijke begroting). Voor het daadwerkelijk uitvoeren van de zorg zijn zorgaanbieders nodig. Sinds 2022 hebben we voor het verlenen van die zorg 59 partijen gecontracteerd na een regionale aanbestedingsprocedure. Regionaal omdat we dit samen doen met zeven andere Achterhoekse gemeenten. Door o.a. allerlei compromissen in die regionale samenwerking werd het een ingewikkeld en (daardoor) langdurig traject. Een traject dat veel vragen opriep aan de voorkant. Logisch, want het gaat om nogal wat en dan dien je kritisch te zijn. Uiteindelijk zijn de contracten getekend en werd er gestart. Belangrijke doelstelling hierbij is om als gemeenten samen met de zorgaanbieders de zorg te transformeren. Deze transformatie is nodig omdat we aantallen en kosten zien oplopen en daar kunnen we niet anders dan kritisch op zijn. Nu we bijna twee jaar verder zijn, zien we dat deze transformatie onvoldoende van de grond is gekomen. Belangrijkste reden is dat we té druk zijn, nog steeds, met andere zaken dan inhoudelijke zaken. Anders gezegd zou je kunnen stellen dat we nog steeds zitten in een fase van vraag-en-antwoord-en-aanpassingen. Daarnaast kwamen er wat ‘weeffouten’ naar boven die maakten dat de kosten jaarlijks fors dreigen op te lopen. Bovendien mogen we volgens de staatssecretaris niet meer indiceren zoals we deden.

Kortom: al met al niet het resultaat waar we op hoopten. Alle acht colleges van de Achterhoekse gemeenten hebben dan ook besloten om te stoppen met deze contracten omdat het niet realistisch zou zijn om op deze ingeslagen weg door te gaan. Een spijtig besluit want dit was niet waarom we de samenwerking zijn aangegaan. Anderzijds ook een góed en realistisch besluit want men (gemeenten én aanbieders) was het over eens dat op deze voet doorgaan geen goed scenario zou zijn. Je zou kunnen zeggen “beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald”. Gelukkig is het niet tot zo’n dwaling gekomen maar hebben we in gezamenlijkheid besloten een nieuw traject op te pakken. Een traject om wél te komen tot transformatie in de zorg teneinde de zorg dichtbij, kwalitatief en betaalbaar te houden. Daarbij zullen voor alle betrokkenen de toverwoorden wederom ‘kritisch’ en ‘realistisch’ zijn. Met de ‘geleerde lessen’ uit de afgelopen periode, de betrokken houding van de gemeenteraad, de expertise van onze ambtenaren én de constructieve verstandhouding met de zorgpartijen is er vertrouwen in een positieve wending in dit traject. Wordt vervolgd.

Hans te Lindert

12 maart 2024